Mag het licht aan?

‘Wil je een lamp maken voor boven onze eettafel?’ In de eerste week van de intelligente lockdown kreeg ik een mooie opdracht. Perfecte timing! Een gesprek via Skype en een filmpje van de woonkamer voor een goede indruk van de sfeer, meer was er niet nodig. Daarna schetsen, onderzoek naar pendels, snoeren, trekontlasters... en schaalmodellen maken. Gedraaid natuurlijk. Van restjes hout. Want een model laat zien of de verhoudingen kloppen, wat de schaduwwerking is. Je kunt het vasthouden. De modellen zijn gebaseerd op de vorm van mijn schalen. Een vlakke ronding en een licht schuine hoek. Is een lampenkap niet eigenlijk een schaal op z'n kop? Nee, duh huh ;-) Op dit moment werk ik de technische tekening uit en ga ik mooi hout inkopen. Het uiteindelijk ontwerp blijft nog een verrassing. Naar verwachting kan bij Mick & Alice in juni het licht aan!

foto: serie schaalmodellen

Dé strijkplank

Ik denk dan aan mijn oma. Die kon strijken. Echt strijken. Zonder vouwen in de mouwen. Lakens lagen strak in de kast. Een Twents geduld om dit elke keer met dezelfde aandacht te doen. Iets wat mij niet lukt. Vermoeiend klusje. Ik denk dat het aan de strijkplank ligt. Een lelijke Brabantia. Met zo’n ‘modieus’ printje en zo praktisch. Jak. Die je elke keer met een hoop gemorrel uit een hoek wurmt en weer terug. Jak. Vandaar deze nieuwe versie. Of eigenlijk een ouderwets model nieuw leven ingeblazen. Handgemaakt van eikenhout, molton, katoen en bies. Een strijkplank met een ziel. Tijdloos. Om midden in de kamer te zetten en nooit meer op te ruimen. Ik heb er nu toch wel zin in. 

Een lokaal initiatief van Dick van der Vlies en Marisa Klaster

Pang!

Ik kijk verschrikt op. Wat was dat? En ineens dringt het tot me door. Dé vaas. Van een kastanje uit de Botlek. Een flinke scheur van beneden tot boven. Te snel gedraaid, te snel gedroogd, verkeerd gedroogd, te dik, of juist te dun? You tell me. Een collega houtdraaier gevraagd en een logisch antwoord gekregen. Kwestie van geduld, oefenen, een beetje geluk hebben. En anders... in de kachel. Eerst baalde ik er van. Maar hoe langer ik er naar kijk, hoe mooier ik het vind. Inmiddels zijn het 3 scheuren... Pang! Vier. Pang! Vijf. Ik lig niet meer wakker van een scheur meer of minder. Het blijft hout en hout leeft. Op naar de volgende vaas (en iets meer geduld).

Van Rotterdams stadshout

Bomen vind ik stoer. Sommige bomen staan al honderden jaren in Rotterdam en hebben al heeft wat doorstaan. Groot, woest en grillig. En enorm zwaar! Dat realiseer je pas als er een omvalt. Dan grijp ik in. Want bomen die niet meer kunnen blijven staan, zijn van binnen prachtig. Grote stukken vers hout met torren, mos en schimmels draai ik met de hand tot gebruiksvoorwerpen. Een imposant gewicht dat zich in een paar uur eindelijk laat vormen. Een schaal of vaas van Rotterdams stadshout gaat weer generaties mee. Niet dat mijn schalen of vazen een groot verschil kunnen maken, maar toch. Elk product vertelt zijn én mijn verhaal verder. Mooi toch.